Wanneer gebruik je een komma?

Wanneer een komma? Misschien plaats je komma’s waar dat helemaal niet moet. Mensen in je omgeving zien het en zeggen er wat van. Slordigheden in een tekst zijn vreselijk. Tja, je hebt geen idee hoe je het anders moet doen. De oplossing is nabij. Volg deze tips en zet nooit meer een foute komma.

Misschien wil je dit niet horen, maar één specifieke regel voor het zetten van een komma bestaat niet. Het hangt af van het zinsverband. Een komma moet sowieso toegevoegde waarde hebben. Zorgt de komma voor een pauze of verduidelijkt het de betekenis van een woord? Gebruik hem dan.

Persoonsvormen

Deze situatie komt vaak voor. Twee persoonsvormen naast elkaar? Dan gebruik je de komma.

Voorbeeld:

Hoe jij dat doet, is heel knap.

‘Doen’ en ‘zijn’ vinden elkaar hier. Je plaatst dus een komma.

Is de zin nou heel erg kort? Dan is een pauze niet altijd hoorbaar en een komma is dan niet noodzakelijk.

Voorbeeld:

Als je dit doet ben je gek.

Deze zin is kort en de persoonsvormen botsen niet. Laat de komma daarom achterwege.

De voegwoorden

Oef. Dit zie ik regelmatig fout gaan. Eerst maar eens starten met de basis. Wat zijn voegwoorden? Voegwoorden zijn bijvoorbeeld ‘want’, ‘hoewel’, ‘omdat’, ‘zodat’ en ‘maar’. Bij deze woorden gebruik je vaak een komma. Meer weten over voegwoorden? Kijk dan even hier

Voorbeeld:

Ik heb zin in een bakje patat, maar heb geen geld bij me.

Ik ben laat vandaag, omdat ik in de file stond.

Hij gaat eerder weg van werk, zodat hij op tijd thuis is.

Ik heb zin in een biertje, hoewel het nog maar 11.00 is.

Let op de uitzondering

Niet bij alle voegwoorden pas je dit toe! Bij ‘dat’ is een komma niet nodig.

Voorbeelden:

Jij had nooit gedacht dat hij gek is op wielrennen.

Wie had ooit verwacht dat hij zou stoppen met zijn baan.

Het is zeker dat hij niet van spruitjes houdt.

Bij de vorige voorbeelden moest je heel alert zijn om geen fouten te maken met de komma. Bij de volgende voorbeelden is het makkelijker. Hier zijn standaardregels voor. Komen ze aan!

Inkoppertjes

In opsommingen:

Wij bieden vaatwassers, ovens, magnetrons en koelkasten aan.

Ik heb een Volvo, Opel, Toyota en Fiat in de aanbieding.

Je kunt koken, bakken of braden.

Tussen bijvoeglijke naamwoorden

Het is een rode, mooie, grote trekker.

Een grote, brede, lange tak op de weg.

Voor en/of na een aanspreking:

Bart, kom je eten?

Luister, Rik, zo gaan die dingen hier niet

Voor en na een uitbreidende bijzin:

Mijn oom en tante, die een huisje in Frankrijk hebben, vragen of wij een week komen kamperen.

Om huiswerk te maken, waar ik geen zin in heb, heb ik concentratie nodig.

Voor en na een bijstelling:

Bakker, CEO bij een groot bedrijf, heeft gebeld

Schippers, de minister, heeft gebeld.

Na een aanhef boven een mail:

Geachte heer,

Beste mevrouw,

Als groet onder een mail:

Groet,

Vriendelijke groet,

Groetjes,

Valkuil

Bij het woordje ‘en’ gaat het regelmatig mis bij mensen. Wel of geen komma?

Geen komma voor ‘en’:

Als er geen pauze te horen is.

Als ‘en’ het allerlaatste gedeelte van een opsomming inleidt.

Wel een komma voor ‘en’:

Om de betekenis van zinnen duidelijker te maken.

Om onderscheid te maken tussen zinnen.

Juiste betekenis

Soms is voor ‘en’ een komma noodzakelijk. Alleen dan geef je de juiste betekenis mee aan een zin. Kijk even naar de volgende zinnen:

We zagen Jacob, de oom van Jelle en Bart. (Jacob is de oom van Jelle en Bart)

We zagen Jacob, de oom van Jelle, en Bart. ( Jacob is de oom van Jelle)

Snap je het verschil? De komma geeft een hele andere betekenis aan een zin.

Twijfels?

Geeft niet, oefening baart kunst. Duurt het urenlang voordat je een tekst hebt staan om trots op te zijn? Of lukt het gewoon niet? Neem dan direct contact met mij op en ik help je uit de brand.